Een nieuwe stap van Franciska Kalmijn
Schilderen is al heel lang het enige wat ik wil, een diepe wens van binnenuit. Het verhaal van mijn schilderijen zit in allerlei thema’s die samengaan met mijn ontwikkeling. Dat schilder ik: verlangen, hoop, troost, zonder dat ik erbij nadenk. Het creatieve proces in verbinding met wat innerlijk beweegt. Van tevoren weet ik niet wat het allemaal betekent. Pas achteraf wordt vaak iets duidelijk over al die lagen van mijn ziel.
Heel lang zat ik vol met verhalen van anderen. Na zoveel schilderijen merk ik eindelijk dat mijn verhaal ertoe doet. Dat ik niet alleen maar rekening hoef te houden met anderen, maar ook met mezelf. Het nieuwe is dat ik er nu eindelijk over kan vertellen, over die zoektocht die zich in mij heeft afgespeeld.
Toen ik een jaar of drie was, begon ik dagelijks te tekenen: mezelf, bruiloften, bloemen, sprookjes, maskerachtige gezichten en allerlei wegen die verschillende kanten opgaan. Ik noemde het schilderijen die ik op een gegeven moment in de gang heb opgehangen met een prijskaartje. Ik vond het kunst en ze kostten dan ook 2000 gulden per stuk.
Vanaf mijn twaalfde begon ik met echte schilderijen. Ik wist dat ik later kunstschilder wilde worden en ik hoefde alleen maar te werken om geld te verdienen voor verf en materialen.
Mijn tekenleraar wilde dat ik naar de kunstacademie ging. Dat vond ik onzin want ik kon al schilderen. Toen ik 17 was, ging ik werken en schilderen, maar die combinatie lukte niet echt.
Op mijn 24e ben ik toch naar de academie gegaan om een deeltijdopleiding te volgen. Ik koos grafische vormgeving voor wat meer financiële zekerheid en ik kreeg meteen een volledige baan, maar na een dag had ik het wel gezien. Het werd nog duidelijker dat ik echt voor de kunst koos.
Vanaf mijn 31e ben ik fulltime gaan schilderen. Met alle twijfels… want ik zou nooit een Van Gogh of Appel worden, in musea hangen of goed betaald worden, dacht ik. Maar schilderen was nog steeds het enige wat ik wilde. Daarin moest ik mijn vrijheid veroveren.
Hans Pruijn, van wie ik vier jaar les heb gehad, heeft me geholpen met zoeken naar mijn eigen verhaal. Dat het betekent dat ik mezelf laat zien, maar ik had er nog geen woorden voor.
Ik begon me te laten inspireren door de boeken van Couperus. De wereld van mensen met genoeg geld, maar niet betrokken bij de wereld. Ze kijken vanuit hun kamers. Zo heb ik dat zelf ook een tijd ervaren. Net als Eline Vere had ik het gevoel dat ik geen middelpunt was in het bestaan. Alle anderen wel, maar het leven draaide heel lang niet om mij. Ik deed er niet echt toe en het leven speelde zich ergens anders af.
In de loop der jaren begonnen de schilderijen te veranderen: het werden waterschilderijen met meerdere lagen over elkaar. Verstilde wateren… Er kwamen lagen bloot te liggen van hoe een mens –ik- in elkaar zit, wat wordt weerspiegeld.
In een geleide meditatie zag ik een keer allemaal ballonnen die woede onder water hielden. Dat dat er ook is onder al die gevoelens heeft me wel een tijd bezig gehouden. Maar het bijzondere is dat er is ook altijd licht is.
Al die lagen zijn het geheel van mijn ziel: verlangen, liefde. En de natuur weerspiegelt dat. In mijn beginperiode is het licht als in een soort koker gevangen, het lijkt op een tunneleffect en vervolgens verspreidt het zich over het schilderij. Wonderlijk om te ervaren. Ik bedenk het niet, het gebeurt. Net als duizenden roosjes die ik ineens moet schilderen terwijl ik met vallende blaadjes begin.
In mijn puberteit heb ik ‘Bubbles and bells” geschilderd, een krachtig, levend schilderij waarmee ik wilde uitdrukken: nu gaat het beginnen, het volle leven. Dat is toen helaas niet zo gelukt. Ik moest eerst nog door allerlei lagen heen. De gevolgen van een ‘Indische’ oorlog bleken ook in mij sporen te hebben nagelaten.
Nu voel ik eindelijk de liefde van binnenuit voor wie ik ben. Ik hoef niet meer opgesloten te zitten in kamers om van daaruit de wereld te bekijken. Ik maak er deel van uit.
In Frankrijk bezocht ik laatst een begraafplaats met allemaal kruisen van bloemen. Daar werd mijn aandacht naar getrokken. Wat het betekent weet ik nog niet. Het verhaal komt nog. Zo gaat het vaak: ineens ben ik ergens op gericht en dan verwerk ik dat onbewust in het schilderen.
De natuur voelt daarbij als houvast. Het is grootser dan wat ik ben, zo mooi, zo heel, zoals een mens zou moeten zijn. Mijn diepste verlangen is dat ik me helemaal kan laten zien met alles wat er is en daarin mezelf accepteer. Sinds kort geef ik titels aan mijn schilderijen om de richting van mijn leven te laten zien. Erover vertellen vind ik soms nog moeilijk, maar ik ben ermee begonnen. Dat vind ik ontroerend, de eerste stap is gezet.
Na de kamers van Couperus ging ‘binnen en buiten’ meer door elkaar lopen. Het interieur kwam ineens onder water. Heel verrassend: er kwam beweging in het afgesloten zijn.
Wat ik ook verzin, het gaat altijd een eigen leven leiden in een richting die ik niet bedenk.
Succes herhaalt zich trouwens niet. De schilderijen van Couperus verkochten goed, toch kon ik niet met die stijl doorgaan. Ik moet volgen wat van binnen leeft en naar buiten wil komen. Zo gaat dat ook met kleurgebruik, dat wisselt elkaar af. Ergens word ik geleid. Ooit hoorde ik iemand zeggen: ik doe mijn best en God doet de rest. Waar het vandaan komt, weten ze wel hoe het moet. Daar hoef ik alleen maar naar te luisteren en uren maken.
Ik heb een soort bioritme van zestien weken waarin het gebeurt. Heel vervelend als er een vakantie in valt, want het is een soort flow. Daarna kan ik een maand weer opladen.
Ik heb drie lievelingsschilderijen: Bubbels and bells, een Couperus schilderij met een maskerachtig gezicht in een strak keurslijf en een bed van bloemen. Het laatste gaat vooral over verlangen naar liefde. Dat was eerst niet vanzelfsprekend. Nu wel. Er komt steeds meer licht in. Ook de horizon verdwijnt, het gaat niet meer ergens heen: er is ruimte. Ik ben benieuwd en laat me leiden.
Inmiddels heb ik veel geëxposeerd en gelukkig ook verkocht. Ik ben kunstenaar en als mensen mijn schilderijen kopen, ben ik nog steeds verbaasd en ontroerd. Het voelt dankbaar dat ze mooi vinden wat ik maak.
Laatst was er iemand die een echte Kalmijn wilde. Ik kreeg een droomopdracht: een heel groot schilderij voor zijn binnenzwembad. Na vier maanden nodigde ik de opdrachtgever uit. We waren allebei gespannen, maar hij vond het prachtig. Hij zegt dat hij er nog dagelijks blij van wordt. Dat voelt als een enorme erkenning voor mijn kunstenaarschap, als iemand me zo de vrije hand geeft.
Volgens deze opdrachtgever is een echte Kalmijn een schilderij waar warmte en iets positiefs uitstraalt. Ik schilder met verwondering. Dat heb ik van opa Ten Kate. Hij zag mijn verwondering in zichzelf weerspiegeld en het is zo mooi om dat te ontvangen. We zagen dezelfde dingen in de natuur en als je je daarover kunt verwonderen, raakt dat aan het wezenlijke. Het is zoals ik het zie, heb ik van hem geleerd. Waar ik in geloof, is –voor mij- waar. Dat deelden we en zo schilder ik. In mij is een gevoeligheid waarin mensen iets van zichzelf terugzien. Het is echt, toegankelijk en kleurrijk. Ook als het donker is, is er altijd licht.
|